Onderzoek uitbreidingsmogelijkheden

Aanleiding

Een akkerbouwer in het noordoosten van de provincie heeft de Landbouw Adviespool benaderd met een vraag over uitbreidingsmogelijkheden voor het bedrijf. Omdat de vraag met name gericht is op het houden van (vlees) vee en de huisvesting daarvan, is Atze Abma (Opstal Advies) benaderd om deze case in behandeling te nemen.

Vraagstelling

Op het huidige bedrijf vindt 60 ha biologische pootaardappel- en groenteteelt plaats. Tot 2003 is het een gemengd bedrijf geweest. Er staat nog een kleine ligboxstal op het bedrijfsterrein. De boer denkt aan zo’n 50-70 stuks mestvee op het bedrijf. Vanwege de omstandigheden op het bedrijf lijkt het verstandig om ‘standvee’ te houden. Zij zouden kunnen worden gevoerd met reststromen uit het akkerbouwbedrijf en de mest kan in het eigen bedrijf worden afgezet.

Qua staltype wordt gedacht aan een zgn. roundhouse (zie afbeelding), maar hoe zit het met vergunningen en subsidies? Wat zijn de (on)mogelijkheden?

Advies

Tijdens een eerste overleg is de vraagstelling specifieker geworden. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden tot realisatie van een veestalling binnen het bestaande bouwblok voor:

  • 20 stuks volwassen zoogkoeien
  • 20 stuks jongvee > 1 jaar
  • 20 stuks jongvee < 1 jaar
  • 15 stuks varkens. De varkens hebben een uitloop nodig naar buiten.

Qua functionaliteit gaat de voorkeur uit naar een zgn. roundhouse. De kans op het verkrijgen van een vergunning, voor deze, voor de streek afwijkende gebouwvorm, op deze locatie is niet groot. Er is ook behoefte aan opslagruimte voor ruwvoer, stro en werktuigen. Daarom wordt erover gedacht om de functionaliteit van een roundhouse onder te brengen in een rechthoekige zadeldakoverkapping, wellicht op de plaats van de bestaande ligboxenstal. De mestproductie is van belang voor het akkerbouwbedrijf.

Vraagstelling

  1. Wat is de ruimtebehoefte voor het vee, ruwvoer, stro en werktuigen?
  2. Wat is er nodig om dit initiatief vergund te krijgen?
  3. Zijn er subsidies te verkrijgen voor deze investering?

1. Ruimtebehoefte:

Er zal een ruimtestaat worden opgesteld, waar per ruimte vierkante meters zijn aangegeven. De ruimten voor het houden van dieren zullen voldoen aan Eisen huisvesting en weidegang biologisch rundvee (SKAL-normen). Ook de benodigde/ gewenste opslagcapaciteit voor opslaan van dierlijke mest zal worden berekend.

2. Huidige vergunningensituatie:

a. Bestemmingsplan

De locatie is bestemd voor ‘De uitoefening van het agrarisch bedrijf met  uitsluitend een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering’, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf’. De nieuwe stal vervangt de bestaande ligboxenstal en zal binnen het bestaande bouwblok worden gerealiseerd. Bestemmingsplanprocedures worden daarmee voorkomen.

b. Milieuvergunningen

De meest recente milieuvergunning (2019) valt onder het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer. Binnen deze vergunning is geen ruimte voor het houden van dieren.

3. Benodigde dier gerelateerde vergunningen en productierechten.

a. Stikstof

Voor het bedrijfsmatig houden van dieren op de locatie moet worden aangetoond dat er geen negatieve effecten op omliggende Natura2000- gebieden worden veroorzaakt. De resultaten uit een eerste verkenning van effecten van het initiatief op omliggende stikstofgevoelige Natura2000-gebieden geven een toename van de depositie op onderstaande Natura2000- gebieden:

  • Duinen Schiermonnikoog
  • Waddenzee
  • Noordzeekustzone
  • Alde Feanen

Op tekeningen behorende bij oudere (vervallen) vergunningen zijn nog wel dierverblijven aangegeven. De vergunning met een lagere milieutoestemming na referentiedatum is echter maatgevend.

Afbeelding 1 stroomschema referentiebepaling milieutoestemming (BIJ12, 2023)

De toename van depositie van Nh3 als gevolg van het initiatief op de omliggende Natura2000-gebieden zal door extern salderen tenietgedaan moeten worden. Bij extern salderen van stikstof vindt vooralsnog een afroming van de te salderen hoeveelheid stikstof plaats van 30%. Bij voorkeur liggen saldo gevende bedrijven tussen de locatie en de Natura2000-gebieden.

b. Fosfaatrechten voor zoogkoeien

Onder voorwaarden zijn voor zoogkoeien geen fosfaatrechten nodig.

c. Omgevingsvergunning milieu

Omgevingsvergunning milieu is niet nodig voor de aangegeven hoeveelheid dieren. Wel moet een nieuwe melding activiteitenbesluit worden gedaan. Hiervoor moet een tekening worden gemaakt van de locatie met daarop aangegeven plaats en hoeveelheid dieren, stalsysteem en wijze van ventileren, uiteraard moeten al bestaande activiteiten ook worden vermeld.

d. Varkensrechten

Voor het houden van varkens zijn varkensrechten nodig. Varkensrechten worden uitgedrukt in varkenseenheden (VE). Eén varkenseenheid is hetzelfde als één vleesvarken en voor een fokzeug incl. biggen tot ca. 25 kg heb je 2,74 VE nodig. Het aantal benodigde rechten is dus sterk afhankelijk van welke dieren je houdt. Hou je minder dan drie varkenseenheden, dan hoef je geen rechten te hebben.

Op de website www.varkensrechten.nu worden gemiddelde prijzen voor koop en lease van varkensrechten weergegeven.

e. Omgevingsvergunningen voor slopen en bouwen

De omgevingsvergunningen voor bouwen en slopen worden in deze opdracht buiten beschouwing gelaten. Dit kan door de huisarchitect worden verzorgd.

4. Onderzoek naar subsidies:

Er zal worden onderzocht welke subsidies haalbaar zijn voor de plannen.

Concrete adviezen voor de lezer:

  • Ontwikkel plannen eerst op hoofdlijnen, bepaal de ruimtebehoefte en stel een investeringsoverzicht op, verfijn de plannen steeds verder in latere stadia. Werk van grof naar fijn.
  • Kies een (stal)systeem waarmee de kringlopen op het bedrijf zo veel mogelijk worden gesloten en waarmee de exploitatiekosten beperkt zijn. Denk daarbij aan de voer-, mest- en (gras)landkringlopen.
  • Doe bij een verfijningsstap of alternatief opnieuw een financiële toets, binnen welke termijn kan ik de investering terugverdienen?
  • Maak ook een lange termijn plan. Hoe ziet het bedrijf eruit over 10-15 jaar? Blokkeer ik met de huidige plannen wellicht lange termijn ontwikkelingen?
  • Ga vroegtijdig op zoek naar mogelijke “showstoppers”. Zoals, passen de plannen op de locatie? Welke vergunningen en/of rechten heb ik nodig? Past het initiatief binnen het bestemmingsplan? Kan er planschade ontstaan, en zo ja hoe kan ik dit risico voorkomen en/of verkleinen? Ga zo nodig met omwonenden in gesprek.
  • Ga op zoek naar subsidies. Moeten er planaanpassingen worden gedaan om voor subsidie in aanmerking te komen? Is dit de moeite waard, past dit binnen de bedrijfsvoering?
  • Welk effecten hebben de plannen op de arbeidsbehoefte en is dit op te vangen binnen de huidige bedrijfsvoering?
  • Zit de logistiek op het erf en in de gebouwen logisch in elkaar? Zijn schone en vuile routes voldoende gescheiden? Kan ik de insleep van ziekten beperken?
  • Is voldoende brandcompartimentering mogelijk, bij grote initiatieven?
  • Is het initiatief goed in te passen in de omgeving?

23.069/mz